De verjaringsstuitende buitengerechtelijke ingebrekestelling

Tot voor kort kon de verjaring van een schuldvordering niet worden gestuit door een buitengerechtelijke ingebrekestelling, tenzij een contract of specifieke wet hiervan afweek. Sinds 11 juli 2013 is hierin verandering gekomen, met de inwerkingtreding van de wet van 23 mei 2013. 

Een bekend fenomeen: een schuldenaar gaat niet vrijwillig over tot betaling en hij moet in gebreke gesteld worden om er voor te zorgen dat hij zijn verplichtingen nakomt. Een schuldeiser kan echter niet eeuwig aanspraak maken op een schuldvordering. Die schuldvordering is immers onderhavig aan verjaring dat een middel is om, door verloop van tijd en onder wettelijk bepaalde voorwaarden, iets te verkrijgen of van een verbintenis bevrijd te worden. 

Die verjaring kan echter wel gestuit worden. Dat betekent dat, door het ondernemen van een bepaalde actie door de schuldeiser of de schuldenaar, de verjaringstermijn opnieuw begint te lopen vanaf het ogenblik van die actie. 

1 Principe: stuiting van de verjaring door een ingebrekestelling 

Vroeger kon de verjaring van een schuldvordering, die niet vastlag in een uitvoerbare titel, enkel gestuit worden door een dagvaarding - en kon die aldus de verjaringstermijn onderbreken. Sinds de Wet van 23 mei 2013 is het mogelijk om de verjaringstermijn opnieuw te doen lopen door middel van het versturen van een buitengerechtelijke ingebrekestelling aan de schuldenaar. 

2 Voorwaarden 

Artikel 2244 § 2 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt een hele reeks voorwaarden waaraan moet worden voldaan teneinde het evenwicht tussen de belangen van partijen te bewerkstelligen en de rechtszekerheid te waarborgen. 

Zo moet de ingebrekestelling per aangetekende brief met ontvangstbevestiging worden verstuurd en dient dit te gebeuren door een professionele verzender, meer bepaald een advocaat, een gerechtsdeurwaarder of de afgevaardigde van een representatieve organisatie van arbeiders of bedienden. 

De ingebrekestelling dient te worden verstuurd naar de schuldenaar met woonplaats, verblijfplaats of maatschappelijke zetel in België. De verificatie van de gegevens dient bovendien te gebeuren aan de hand van een administratief document van minder dan een maand oud. 

Verder dient een kopie van de ingebrekestelling te worden verstuurd aan de bekende verblijfplaats wanneer deze niet dezelfde is als de woonplaats. 

Ten slotte dienen de volgende verplichte vermeldingen voor te komen in de ingebrekestelling: 

- De gegevens van zowel de schuldeiser als van de schuldenaar; 

- Een omschrijving van de verbintenis die de schuldvordering heeft doen ontstaan en een verantwoording van de bedragen; 

- De termijn waarbinnen de schuldenaar zijn verbintenissen moet nakomen alvorens er bijkomende invorderingsmaatregelen zullen worden genomen; 

- De mogelijkheid dat er in rechte zal worden opgetreden in geval van een niet-tijdige reactie van de schuldenaar; 

- De vermelding van de verjaringsstuitende werking van de ingebrekestelling; 

- De handtekening van de professionele verzender. 

3 Opzet en gevolgen 

Een ingebrekestelling die aan alle voorwaarden voldoet, doet een nieuwe verjaringstermijn van één jaar lopen of een termijn gelijk aan de oorspronkelijke termijn indien die minder dan één jaar bedroeg. De vordering kan evenwel niet verjaren voor de vervaldag van de initiële verjaringstermijn. 

De stuitende werking gaat in vanaf de verzending van de aangetekende brief tegen ontvangstbewijs en is slechts eenmalig teneinde eventuele vertragingsmanoeuvres tegen te gaan. Ze geldt bovendien onverminderd andere stuitingsgronden. 

Door de stuiting van de verjaringstermijn wordt aan partijen de kans gegeven om te onderhandelen, zonder dat de verjaringstermijn op onevenredige wijze wordt verlengd. Dit is dit vooral nuttig voor een rechtsvordering met een korte initiële verjaringstermijn. 

Besluit 

Een buitengerechtelijke ingebrekestelling kan de verjaring voor maximaal één jaar stuiten voor zover zij werd opgesteld conform bepaalde vormelijke en inhoudelijke voorwaarden. 

Door de inwerkingtreding van de wet van 23 mei 2013 ter invoering van de buitengerechtelijke ingebrekestelling, wordt het voeren van minnelijke gesprekken gestimuleerd en wordt er getracht nutteloze gerechtelijke procedures (en dus ook nutteloze kosten) te vermijden. De stuiting van de verjaring verschaft de schuldeiser en schuldenaar immers bijkomende onderhandelingstijd, zonder dat er tot een dagvaarding moet worden overgegaan. 

ONDERNEMINGEN

‍Ontvang meteen ons gratis deskundig advies!

Thank you! Your submission has been received!
Oops! Something went wrong while submitting the form.